Evaluatie Regiegroepen

In opdracht van Stadsdeel Nieuw West voerde ik een evaluatie uit van het werken met “regiegroepen”. Een systeem waar Stadsdeel Nieuw West sinds 2013 mee werkt om het budget voor bewonersinitiatieven te verdelen. Het budget is bedoeld voor activiteiten die door vrijwilligersorganisaties en bewoners uit de wijken van Nieuw-West zelf geïnitieerd en georganiseerd worden.

Doel verslag

Na drie jaar met dit systeem gewerkt te hebben was er behoefte aan inzicht in de stand van zaken en een evaluatie van de afgelopen periode. Het doel van de evaluatie was een indruk te geven van hoe het werken met regiegroepen in de praktijk is bevallen en heeft gewerkt. De sterke punten en de punten die voor verbetering vatbaar zijn, gezien vanuit de gebruikers van dit systeem: de regiegroepleden, de regiegroep-ondersteuners en de wijkbewoners.

Achtergrond
Stadsdeel Nieuw-West is verdeeld in zeven gebieden:
– Slotermeer
– Slotervaart Noord
– Slotervaart Zuid
– Sloten & Nieuw Sloten
– Osdorp Midden
– Osdorp West & De Aker
– Geuzenveld.

 

In elk van deze gebieden staat een Huis van de Wijk. Vanuit dit Huis van de Wijk opereert een ‘regiegroep’, die bepaalt aan welke bewonersinitiatieven geld wordt toegekend. Stadsdeel Nieuw-West heeft hiervoor beoordelingsrichtlijnen opgesteld. De regiegroep kan eigen voorwaarden toevoegen aan de richtlijnen van Stadsdeel Nieuw-West, die passen bij het karakter van de wijk. Elke regiegroep bestaat uit circa 8 wijkbewoners die gezamenlijk beslissen over de toekenning van het geld dat beschikbaar is voor bewonersinitiatieven in die wijk. De welzijnsorganisatie die het betreffende Huis van de Wijk exploiteert verzorgt de ondersteuning van de regiegroep en is beheerder van het budget. Per wijk is er tussen de 33.000 en 66.000 euro per jaar beschikbaar, afhankelijk van het aantal inwoners van die wijk en het totale jaarbudget. Zowel bewoners als vrijwilligersorganisaties kunnen aanvragen indienen bij de regiegroep.
Werkwijze

Het evaluatieverslag is samengesteld uit fragmenten van interviews met betrokkenen van de zeven regiegroepen die Amsterdam Nieuw-West rijk is.  Er zijn 52 semigestructureerde interviews afgenomen. Van elk van de zeven regiegroepen in Nieuw-West, zijn (tenminste) de volgende mensen geïnterviewd:

  • 2 huidige regiegroepleden;
  • 1 ex-lid;
  • 1 regiegroep ondersteuners;
  • 1 bewoner die wel eens een aanvraag heeft gedaan bij de regiegroep;
  • 1 bewoner die geen aanvraag heeft gedaan bij de regiegroep.
Thema’s
Uit de gespreksverslagen zijn een aantal thema’s gedestilleerd. Deze thema’s vallen in twee categorieën uiteen: de regiegroep in theorie en de regiegroep in praktijk. In het theoretische deel komen de ervaringen met – en meningen over de kaders, richtlijnen en het idee achter de regiegroepen aan de orde. In het praktijk gedeelte gaat het om het functioneren, de toegankelijkheid, de middelen en de uitwerking van de regiegroepen. De antwoorden van de geïnterviewden spreken voor zichzelf. Gegroepeerd per deelonderwerp geven ze samen een gedifferentieerd beeld van hoe het werken in met regiegroepen in de praktijk uitwerkt, gezien vanuit betrokkenen. Bij elk onderwerp zijn uit de complete interviews tekstfragmenten geselecteerd die een goed beeld geven van de verschillende meningen en belevingen omtrent dit onderwerp. Uit elk individueel interview zijn fragmenten gebruikt.

 

Ter illustratie een fragment uit het verslag:
  Vraag: Is de regiegroep een goede afspiegeling van de wijk?
– “Nu wel. Merendeel is Marokkaan, net als in de wijk. We proberen ook witte mensen te werven, jongeren en ouderen. We hebben ook een Turkse meneer, ik ben geboren in Suriname en we hebben ook enkele autochtonen. Leeftijden iets te oud, gemiddeld denk ik boven de 40, mannen en vrouwen goed verdeeld. Ook over de wijk verspreid.” (regiegroeplid)
– “Nee, we hadden gelukkig 1 Marokkaanse man, maar die is onlangs helaas om onduidelijke redenen afgehaakt. Voor de rest alleen autochtone bewoners in de groep. De wijk zit er heel anders uit. Ik weet niet waardoor het komt. Wat ik wel zie is dat we een jeugd regiegroep hebben en daar zitten vrijwel uitsluitend Marokkaanse jongeren in. Die jongeren zijn heel betrokken bij het wel en wee in de buurt. Dat is een goede ontwikkeling.” (regiegroeplid)
– “Vind ik heel ingewikkeld. Als je te sterk zoekt naar de afspiegeling wordt het iets heel kunstmatigs. Dat vind ik lastig. Ik zoek liever naar iemand die geschikt is voor het werk, dan naar iemand die past binnen de afspiegeling.” (regiegroeplid)
– “Ik denk het wel. We willen echt voor elkaar dingen organiseren. We gaan niet alleen van onszelf uit. Twee jongens en een meid, allemaal ongeveer 21. We kennen elkaar al heel lang en wonen hier ons hele leven. Als S. of ik iemand niet kennen in Sloten, dan is die er net komen wonen, zeggen wij altijd.” (regiegroeplid Jongeren Regiegroep)
– “Nee, op het ogenblik niet. Toen we er nog 7 hadden ook niet echt. Er was 1 meneer van allochtone herkomst. Verder wel goed verdeeld qua jonger en ouder, wel veel hoog opgeleiden. Te weinig allochtonen.” (Regiegroep ondersteuner)
– “Nee en ja. Ik hou me er niet heel uitgebreid mee bezig. Er zitten Marokkaanse en Turkse mensen in, leeftijden, m/v verhouding is goed gemixt, volgens mij is het ongeveer goed zo.” (Regiegroep ondersteuner)
– “Met de jongerengroep erbij is het zeker een verbetering. Vrouwen zijn vaak in de meerderheid. Multi-culti, qua leeftijd is er ook wat spreiding. Diversiteit, jong en oud, vijf van de acht buurten zijn vertegenwoordigd, man en vrouw, autochtoon allochtoon, ja! Er is in elk geval aandacht voor om op die manier de groep samen te stellen. Maar het wordt wel steeds moeizamer om mensen te vinden die erin willen.” (Regiegroep ondersteuner)

 

Wat opvalt in de antwoorden op deze vraag, is dat hierover verschillende opvattingen blijken te bestaan. Een enkeling vindt “een goede afspiegeling van de wijk” niet zo belangrijk, de meesten letten bij de samenstelling en werving op culturele afkomst, een evenwichtige spreiding tussen leeftijdsgroepen en buurten binnen de wijk, balans tussen mannen en vrouwen. Sommigen noemen het opleidingsniveau. In verschillende regiegroepen is een profiel opgesteld waaraan mogelijke kandidaten getoetst kunnen worden. Ook valt op dat er op vele zaken gelet wordt bij de samenstelling, maar niet op het enige aspect dat expliciet in de concept-richtlijn genoemd wordt, namelijk de balans tussen “gevestigde’ vrijwilligers en andere mensen.